skip to Main Content
Hoe Ik Van Sporthater In Sportfan Veranderde

Ik denk dat ik de grootste sporthater was van Groningen en omstreken. Ik bedoel: iedereen moest zelf weten wat hij of zij deed, maar mij er vooral niet mee lastig vallen. Zo lekker, zo leuk, zo gezond. Prima, maar: zo druk, zo druk en geen interesse. Ok, ik had wel eens de 4 Mijl gerend en daarvoor getraind, tegen heug en meug, meegesleept door collega’s. Van dat hele hoofd leegmaken merkte ik niks, van zere spieren en frustratie omdat ik gewoon een slome renster was, des te meer. Nee, ik was geen sportvrouw.

Had je me toen gezegd dat ik nu al een half jaar minstens twee keer per week in de sportschool te vinden zou zijn, ook met griep, ook met moe, gewoon eigenlijk heel trouw en gedisciplineerd, dan had ik je hard uitgelachen. En toch is het zo. Erger: ik vind het nog leuk ook. En nog erger: ik praat er net zo enthousiast over als dat ik ooit zo irritant vond van anderen. What the f happened?

Momentum na een hongerige zwangerschap

Het was momentum, dat ten eerste. Op een druilerige woensdagochtend stapte ik na een afspraak mijn auto in bij Paviljoen Sterrenbos. Ik was moe, ik voelde me papperig en was niet vooruit te branden. De dagen daarvoor had ik al besloten dat er iets moest gebeuren in mijn leven, ik moest alleen nog even uitvogelen wat. Toen viel mijn oog op de plakkaten in blauw en wit: personal coaching, coaching voor ondernemers, fit, gezond, sportlessen, iets in die trant. En het triggerde me. Het bleef hangen. En een paar dagen later hing in ineens aan de lijn met Kelly. Kelly van MiBoSo.

Dat ik me moe en papperig voelde had een duidelijke aanleiding: ik was ontzettend zwanger geweest en vier maanden daarvoor bevallen. Geen enkele moeder is dan op haar fitst. Maar ik was wel echt op het mijn minst fit ooit. In mijn zwangerschap had ik er een sport van gemaakt zo min mogelijk te bewegen en zoveel mogelijk te eten. Niet bewust, trouwens. Ik at zoveel omdat ik 24/7 honger had. Een honger die zich niet liet stillen door komkommers, wortels en bleekselderij, maar alleen door broodjes kip van Subways, hamburgers van McDonalds, mergpijpjes en meer van die meuk. Het was beyond me. Ik at de hele dag door.

Dat ik niet bewoog had te maken met een chronisch tekort aan energie. Het was zo erg dat als ik bijvoorbeeld van de bank naar de koelkast moest lopen, ik eerst ging bedenken wat ik voor de langere termijn mee kon nemen zodat ik niet binnen twee uur nog een keer moest. Ik deed alles met de auto of de bus, alleen al de gedachte aan fietsen en lopen maakte dat ik naar bed wilde. Voor wie denkt dat ik overdrijf: ik geef je het nummer van mijn vriend. En mijn tankbonnetjes.

“Sportscholen zijn voor fitte mensen die snappen wat ze aan het doen zijn”

Goed. Dat ik niet fit was, is duidelijk. En met niet fit bedoel ik niet eens dat ik nou vond dat ik dik was; door een godswonder (of waarschijnlijk omdat mijn baby me helemaal opvrat toen ik zwanger was) was ik eigenlijk nauwelijks aangekomen. Ik was natuurlijk wel wat ‘romig’ zoals ik dat zelf noemde, maar ik had niet echt overgewicht. Wat ik wel had, was een trap thuis. Een enorme. Eentje die je in een keer naar driehoog brengt. En die nekte me. Met een luiertas in de ene hand en een baby in de andere die klim een paar keer per dag: ik ben er niet zelden bijna in gebleven toen ik eindelijk boven was. Mijn conditie was 0. Spieren nergens te bekennen. En ik was moe.

Kelly nodigde me uit een keer kennis te komen maken en zijn sportschool te komen bekijken. Doodeng vond ik het. Sportscholen zijn voor fitte mensen die snappen wat ze aan het doen zijn, niet voor constant hijgende moeders die niet eens snappen of je op zo’n crosstrainers nou vooruit of achteruit moet trappen. En überhaupt is het natuurlijk niet heel comfortabel om te zeggen: hoi, kijk, uitgezakt, geen idee hoe dit werkt, help mij. Het was in ieder geval ver, ver, ver buiten mijn comfortzone. En toch deed ik het.

En wat ben ik blij dat ik dat toch deed. Licht giechelend legde ik uit dat ik niet geloofde dat er überhaupt nog spieren over waren na die negen maanden dragen en dat ik nogal makkelijk buiten adem was. Zeg maar, als ik de straat uit fietste en dan halverwege. Maar dat ik wel ontzettend en voor het eerst in mij leven gemotiveerd was om sporten te gaan proberen. Echt sporten. Maar dan wel onder begeleiding. Want ik wist immers niets.

Dat kon. En dat deed ik. Met Kelly klikte het gelijk, misschien omdat hij vertelde dat hij mijn gevoel herkende, dat het niet moeilijk en juist leuk is om zo’n transformatie aan te gaan en dat ik er over een half jaar al heel anders bij zou zitten. Vooral dat laatste trok me over de streep.

Maandagochtend, 9:00. Daar gingen we.

Dus daar gingen we. Ik bestelde sportkleding, ik bedwong de drang om af te zeggen een keer of zeshonderd en meldde me op maandag, negen uur, bij MiBoSo. En daar gingen we van start. Ik moet eerlijk bekennen dat ik me de eerste les niet meer kan herinneren, maar tot mijn grote verbazing ging ik met een ontzettend goed gevoel de deur weer uit. Zo ook de tweede, derde en vierde keer. En dat kwam vooral omdat Kelly keek naar wat ik kon én wat ik leuk vond. Die rare apparaten leken me eng en sloegen we de eerste serie lessen over. We gingen in plaats daarvan bijvoorbeeld boksen, want daar knapte ik nogal van op. Het tempo werd afgestemd op mijn kunnen, Kelly was uiterst voorzichtig als het gaat om blessures, maar ik kwam absoluut niet weg met te weinig inzet. De lessen werden steeds intensiever, steeds complexer en zelfs die enge apparaten slopen er in. Gek genoeg heb ik ook daar plezier in gekregen.

Ik had nooit gedacht dat ik de volgende zin zou typen, maar er is niets aan gelogen: sporten is een belangrijk onderdeel van mijn leven geworden. Ik durf zelfs te stellen: essentieel. In dit half jaar heb ik gemerkt dat ik sterker ben geworden. Die trap is geen probleem meer, sterker nog; ik heb laatst elf (elf!) pakken laminaat (laminaat!) met redelijk gemak naar boven getild. Ik voel me energieker en beweeg nu van nature veel meer gedurende de week. De auto staat vaker stil dan dat ‘ie rijdt.

Maar ook mentaal heeft het sporten veel effect gehad. Mijn lijf is sterker en daardoor voel ik me in alles sterker. Tijdens de trainingen verleg ik mijn grenzen en word ik geconfronteerd met mijn eigen blokkades. Maar ook met hoe ik die blokkades zelf kan oplossen. Ik denk veel te vaak dat ik iets niet kan, terwijl het gewoon een kwestie van mindset blijkt. En die mindset blijkt te programmeren. Na het sporten heb ik meer energie dan daarvoor en ben ik vele malen productiever dan als ik niet heb gesport. Ook als ik ’s ochtends te laat wakker was, jengelende kinderen moest wegbrengen en babykots in mijn haar terugvond (ik ben dan best wel chagrijnig), kom ik vervolgens fluitend MiBoSo uit. Last but no least: ondanks dat mijn uiteindelijke doel niet was om af te vallen, maar om sterker te worden en een betere conditie op te bouwen, zijn de zichtbare veranderingen in mijn lijf toch mooi meegenomen.

Lekker lyrisch, Minke

Nogal lyrisch he? Klopt. Ben ik ook. Ik al die tijd niet begrepen waar “men” het over had, maar ik ben inmiddels overtuigd. Van sporten an sich, maar zeker ook van de aanpak van Kelly. Door de persoonlijke begeleiding en de lessen die precies op maat worden samengesteld, snap ik wat ik aan het doen ben, leer ik veel over mijn lichaam, maar vind ik het bovenal ontzettend leuk.

Nawoord: Dit bericht niet gesponsord. Wel kan ik je sporten bij MiBoSo van harte aanraden. Maar de kern van mijn verhaal is vooral dat ook grote sporthaters kunnen veranderen in liefhebbers. Als je maar even die drempel overgaat (of over wordt geholpen) en iets gaat doen dat je echt leuk vindt, dan is sporten absoluut geen straf. Maak een rondje langs sportstudio’s of neem proeflessen om te kijken wat bij je past en een sportmaatje is natuurlijk altijd een goed idee. Als ik het kan, dan kan iedereen het. Geloof me maar.

Foto’s: MiBoSo.nl

Back To Top