skip to Main Content

Van nature ben ik uitgerust met een gezonde dosis ongeduld. Van wachten word ik onrustig, narrig en een ietsje humeurig. Ter illustratie: Ik rijd met de auto liever een paar kilometer om dan dat ik moet wachten voor een openstaande brug.

Nu is de combinatie ongeduld en kinderen zo ongeveer vergelijkbaar met die van slakken en zout, chocolade en zon of water en vuur. Ze gaan kortgezegd niet zo goed samen. Ik heb de afgelopen 6,5 jaar dan ook vaak tot tien moeten tellen, soms zelfs tot een meervoud hiervan, om niet uit mijn spreekwoordelijke slof te schieten als ze zo heerlijk treuzelen wanneer ik ergens dringend heen moet.

Gelukkig heb ik in die afgelopen jaren wel geleerd dat eerder (beginnen met) vertrekken als je een belangrijke afspraak hebt handig is. Ook je inleven in je kinderen kan helpen, zij zien namelijk niet diezelfde noodzaak van opschieten als jij, aangezien ze nog geen klok kunnen kijken.

Nu zit mijn oudste al een tijdje op zwemles. Hij vindt het geweldig, heeft er elke week veel zin in en ploetert enorm om nu toch eindelijk naar fase II te mogen. Helaas is zijn motoriek nog niet zo enthousiast als hij zelf, waardoor de schoolslag slechts lukt met zijn armen óf zijn benen. De samenwerking tussen die ledematen is een project in uitvoering. Maar doordat hij zo graag wil en het niet lukt, laat hij halverwege de les zijn koppie en schouders hangen en wordt hij steeds minder zeker van zijn zaak. Dit resulteert dan vaak in een paniekaanval en een hartverscheurende huilbui.

De laatste keer zaten we na zwemles in de auto toen hij vroeg: “Mama, waarom kunnen andere kinderen allemaal wel al zwemmen en ik nog niet?”.
Nadat ik de brok in mijn keel had doorgeslikt, heb ik hem geprobeerd uit te leggen dat hij wat meer op zichzelf moet vertrouwen. Geen mens is gelijk en iedereen heeft moeite met iets anders. De één kan moeilijk leren, een ander is een kluns op sportief gebied en een volgende heeft weinig sociale vaardigheden. Toch leer je de meeste dingen gaandeweg wel.

Wat ik hem eigenlijk probeerde te zeggen, was dat alles op zijn tijd wel komt.
Toen hij ruim een jaar was, liep hij al heel netjes aan de hand maar loslaten durfde hij nog niet.
Pas twee maanden voor zijn tweede verjaardag liet hij los en liep hij meteen perfect. Niet zoals de meeste kleintjes steeds vallen en opstaan, nee hij liep als een kampioen! Het fietsen ging hem ook niet meteen goed af, ellenlang bleven die zijwieltjes erop. Maar sinds hij voor het eerst zonder zijwieltjes wegreed, fietst hij alsof ie nooit anders heeft gedaan.
Als je blijft vertrouwen op je eigen kunnen, op je hoofd, lijf en hart dan krijg je veel voor elkaar. Vroeg of laat komt alles wel op zijn pootjes terecht.

Deze wijze levensles heb ik zelf ook ter harte genomen, alles komt wel op zijn tijd.
Die geweldige baan als copywriter, een grotere woning, wat minder zorgen.

Alles komt wel.. als de tijd rijp is.

tijd

Back To Top