skip to Main Content
Tekening Nina Roos

 Het is feest in onze straat. En ik sta in te pakken als een dolle. Met een pens die me het zicht op mijn voeten ontneemt stop ik vrij rücksichtslos al mijn plastic keukenspullen in een doos.

‘Kom eens kijken!’, roept de vader in wording. Maar ik kan níet kijken, níet stilstaan, níet genieten van andermans feest. Ik moet door. Door! Het giert in mijn kop: wat ik nu niet doe, kan straks niet meer. Een kind krijg je gepland of juist helemaal niet. In elk geval is het schrikken als je woonruimte totaal niet voldoet aan de eisen van een mens erbij. Aanpassen of verhuizen, wij kozen, ver in de zwangerschap, voor dat laatste. Ik buk. Druk wat op een pureestamper die teveel ruimte inneemt. Een steek in mijn hartstreek. Nog eentje. Zolang het niet in mijn buik is ga ik door.

Nog acht weken te gaan en dan hoop ik dat de baby eruit schiet, maar dat zal wel niet. Omdat in mijn familie alle baby’s uitgebreid de tijd namen om eruit te komen en dat niet vóór de uitgerekende datum deden, vertrouw ik erop dat we het nieuwe huis nog kunnen verven en inrichten.

Een echte wee?

Vanavond mogen de ramen niet meer open, de balkondeur moet dicht blijven. Bang dat de baby schrikt van alle feesttoeters buiten. ‘Schat, doe dat raam dicht!’ Gelukkig. Hij hoort me. ‘Maar je niest veel harder’, zegt hij. Ik wil er niets van weten. Ik besluit in een andere kamer verder te gaan met inpakken. We hebben veertig verhuisdozen gehaald die ik eenvoudig in elkaar kan zetten. Voor de zekerheid tape ik de dozen dicht, dat is helemaal niet nodig. Wel onhandig, de tape ben ik om de haverklap kwijt. En dan ben ik niet geïrriteerd, ik ben woest. Omdat ik honderd procent zeker weet dat mijn vriend de tape heeft verplaatst terwijl ik druk bezig was.

Haast!

Wat betreft efficiëntie raak ik steeds vaker de tel kwijt. Ik pak spullen in om ze direct weer uit te pakken, omdat ik vermoed dat er iets onderin zit dat ik nog nodig heb. Mijn vriend noemt allerlei tijdstippen en wijst me er voorzichtig op dat ik moet gaan zitten. Dat advies sla ik weg, de lucht in, met mijn vermoeide armen. Er is haast, ik voel de haast in mijn haar, handen, in mijn ademhaling, mijn voeten, in mijn hart vooral.

‘Jij hebt geen idee van ruimte, en tijd!’ zeg ik, veel te hard en hij druipt af, voor zover daar nog een plek voor is tussen alle spullen en dozen. Net als hij uit mijn zicht verdwenen is voel ik een duw in mijn buik met een overdreven hoeveelheid zwaartekracht.

‘Help’, hoor ik me voor het eerst hardop zeggen.

‘Daar komt ie! Hij wil eruit!’ Nog een duw. ‘Volgens mij blaast hij iets in me op!’, roep ik richting de kamer waarin mijn vriend verdween. Ik ga op een halve gevulde doos zitten en zak erin weg. Het beuken gaat door en ik grijp me vast aan de randen van de doos. Daar gaan we! Daar komt hij. Het gaat gebeuren!

 

 

Benieuwd hoe dit verder gaat?  Deel 2 staat nu online!

 

Back To Top