skip to Main Content

Zoon is tien en daarmee nu officieel een tiener, prépuber, teenager, jongeling en een halfwas. En bezig met woorden. Tenminste, zolang hij die niet hoeft te gebruiken in een gesprek met een volwassene, zijn ouders in dit geval, want dan zegt hij het liefst niks, nada, noppes, niente. En of je nu van een gesprek kunt spreken wanneer twee tienerende soortgenoten iets tegen elkaar zeggen? Het is mij soms een raadsel.

Ter illustratie:

‘Jo gast, wat gaan we doen?’
‘Kweet nie, turn up the bass?’
‘Kzou eigenlijk met Wouter-knauter-gordeldier spelen vanmiddag, maar die liep weer te nakken.’
‘Lekker dan voor je, hij is een poeloe.’
‘LOL! Hij kan wel goed skaten.’
‘Ja, moddervet en Skills, maar kan ik ook Pro.’
‘En je moeder heet Henk.’
‘Puddie! Ga naar huis en ga het vieren, haha.’

Zoals je ziet wordt hier én heb ik, niets te veel gezegd. Van het woord ‘nakken’ weet ik inmiddels de betekenis. Nakken doet iemand die belooft met je te gaan spelen, maar op het laatste moment afhaakt, ook wel een ‘nakker’ geheten. Van de andere woorden weet ik het niet en ik kom er waarschijnlijk ook nooit achter, want op een vraag aan een tiener krijg je immers geen antwoord.

Maar deze moeder liet zich niet kisten, dus probeerde ik het eens in hun eigen taal:
‘Yo bro’s, laat mij eens knoow wat een poeloe is?’
Grootse stilte en stomverbaasde blikken vielen mij ten deel. Ik kon maar beter een ‘smikkelbeer gaan nemen’ en moest vooral ‘mijn moedertaal gaan praten’, want dit was ‘te weird’.
Dus heb ik maar eieren voor mijn geld gekozen en me erbij neergelegd, want tussen al dat woordgeweld komen gelukkig soms, héél soms, pardoes en onverwacht, ook mooie, bijna poëtische woorden tevoorschijn.
Zoals laatst bijvoorbeeld: ‘Als ik een eendagsvliegje zou zijn, zou ik die dag alleen maar zo hoog mogelijk willen vliegen’.

Zal dus vast wel weer ergens goed voor zijn, die tienerturbotaal.

Foto column Astrid

Back To Top